“In de hoek jij!” – Vragen rond straffen en belonen thuis en in de klas – deel 1

“Er is niet één grote waarheid over opvoeding”, aldus Jürgen Peeters, auteur van het boek Kinderen zijn geen puppy’s. “Meeveren met jezelf en de kinderen, in uiteenlopende situaties kan meer energie opleveren dan krampachtig vastklampen aan rigide regeltjes” stelt Nina Mouton in haar boek Mild Ouderschap. Ik vind hun opvoedkundige visie zeer inspirerend, vooral omdat zij het opvoeden als een zoektocht zien waarbij je als ouder/opvoeder naar je innerlijke kompas luistert. Het is geen heiligmakende visie die garantie geeft op “succes”, wat dat dan ook mag zijn.

Heerlijk die vrijheid, maar niet altijd even gemakkelijk. Het is nu eenmaal niet simpel om bij je eigen gevoel te blijven in het kluwen van “inner voices” (hoe wij zelf opgevoed zijn en de invloed daarvan op hoe we de dingen bij onze eigen kinderen aanpakken), maatschappelijke verwachtingen en eeuwig priemende blikken (denkbeeldig of levensecht).

Constant schipperen

Omdat ik zelf mama ben en in het dagelijkse leven met kinderen werk, ben ik het enerzijds aan hen verschuldigd om bij te blijven met de nieuwe wetenschappelijke inzichten en steeds evoluerende visie op opvoeden. Anderzijds vind ik het fijn en broodnodig om mijn eigen praktijken en handelingen in vraag te stellen. Ben ik goed bezig met mijn eigen kroost én met die van een ander? Elke leeftijdsfase brengt nieuwe uitdagingen met zich mee.

Ook onze lieve peuter hier thuis zit in een stroomversnelling qua gedrag en kunnen. Wat ik wel echt merk is: hoe rustiger ik tijdens een driftbui ben (en dan bedoel ik niet doen alsof) hoe sneller die bui weer voorbij gaat. Innerlijke rust kan je niet faken. Kinderen voelen dat haarscherp aan als je ergens mee zit. Dat geldt dus helaas ook in de tegenovergestelde richting en dan is de avond lang en loert het strafbankje om de hoek. Toch hebben we Toon nog nooit geslagen, geïntimideerd, uitgescholden en vermijden we de time-out, het bestraffen van gedrag en proberen we niet met een beloningssysteem te werken dat zijn gedrag gaat manipuleren.

“Dan dachten we eventjes dat we de code hadden gekraakt… think again! Dat scheepje vaart zijn eigen weg en die woelige baren van de peuterzee dreigen ons al eens te overspoelen. Soms met de wind in de zeilen, soms door het oog van de storm. Er is teamwerk nodig voor deze ongemeen boeiende reis.”

Ik pleit wel schuldig dat ik al tegen hem geroepen heb en hem toch alleen heb laten uitrazen omdat ik het zelf op dat moment eventjes niet meer af kon. Dat geldt ook zo voor kinderen op school. Soms verloor ik mijn geduld en heb ik tegen hen geroepen “dat het nu eens gedaan moest zijn met dat gedrag”, stuurde ik hen naar de directie en zette ik hen in time-out op de gang. Dat voelt niet fijn en je bent eventjes helemaal over je toeren om daarna te bedenken dat er geen betere oplossing mogelijk was op dat moment.

Wat wou ik soms graag eens een vlieg zijn…

Wat gebeurt daar binnen de klasmuren? Daar heb je als ouder toch vaak maar het raden naar. In deze pandemische tijden is dat zeker het geval en lijkt de school voor veel ouders een gesloten vesting. (Dit bedoel ik niet als kritiek naar scholen toe, want ik besef hoe lastig het is met al die maatregelen die we van bovenaf opgelegd krijgen.) Ik had het er vorig jaar al moeilijk mee op mijn eigen school waar ik werk, maar om dit nu als moeder van een schoolgaande peuter te ervaren is toch weer wat anders. Met alle respect voor alle collega’s die dit met lede ogen moeten ondergaan en toch hun best doen om aan de poort te komen staan, maar nu is het cru gesteld een beetje dit: kind dumpen aan de deur en als de wiedeweerga vertrekken om het een paar uurtjes later weer op te pikken. Wat is er in tussentijd gebeurd? Probeer dat maar eens los te krijgen van een bijna driejarige. 😉

We hebben er bewust voor gekozen om onze zoontjes niet naar mijn school mee te nemen zodat ze hun eigen weg kunnen gaan, schoolvriendjes in eigen dorp hebben en ik een gewone mama tussen de andere mama’s ben. Toch merk ik nu al dat ik mijn kritische professionele bril niet altijd even goed kan afzetten. Zo was ik een tijdje terug een beetje verontwaardigd over een beloningssysteem in de peuterklas om kinderen meer fruit te doen eten. Dat kritisch denken is op zich niet slecht en ik heb het zelf als leerkracht ook graag als ouders mij op een respectvolle manier melden dat ze ergens niet mee akkoord zijn. Maar ik besef ook dat er altijd dingen zijn waar je het als ouder of als leerkracht moeilijk mee hebt. De perfecte school en de perfecte leerkrachten bestaan niet. Waar het ene kind bijvoorbeeld floreert in het Freinet- of Montessorionderwijs, voelt een ander kind zich misschien helemaal verloren bij de vele zelfstandige opdrachten. Hoe had ik het er zelf vanaf gebracht in een niet traditioneel onderwijssysteem? Had ik andere keuzes gemaakt in mijn verdere leven of zou het zo’n vaart niet hebben gelopen?

Het systeem

Ben ik als juf eerlijk tegenover mijn leerlingen, hun ouders, collega’s en mezelf ? Ga ik zorgzaam om met al die kostbare kinderen? Krijgen de kinderen de aandacht die ze verdienen? Veel te vaak dan me lief is, is er te weinig tijd om alle kinderen de volle aandacht te geven die ze verdienen. Langs de ene kant zitten we in het merendeel van de scholen met het leerstofjaarklassensysteem. Kort gesteld: Kinderen van dezelfde leeftijd moeten op hetzelfde tijdstip binnen dezelfde tijd succesvol presteren en dezelfde leerstof verwerken. Terwijl Stafke nog geboren moet worden, stapt Gastonneke al lustig rond denk ik dan. Veel van Nils (januarikindje) zijn toekomstige klasgenootjes zwemmen op dit moment nog heerlijk in de buik van hun moeder. Wat een gekke gedachte als je er even bij stilstaat.

De gigantische verschillen verdwijnen dan wel grotendeels na al die jaren, maar voor sommigen blijft het wel spartelen om het hoofdje boven water te houden. Soms vergeten we dat we 12 jaar hebben om de eindtermen van het basisonderwijs te bereiken. Kan je kind nog niet zo vlot lezen in het eerste leerjaar? Dat is voor alle betrokken partijen niet zo fijn, maar in feite ook geen giga ramp durf ik hier te stellen. Maar is een graadklas dan beter? Daar durven kinderen ook al eens te verdwalen denk ik dan.

Onze tijd samen blijkt ook oh zo kort en het is gewoon veel om dragen als leerkracht alleen. Je kan echt niet voor iedereen goed doen en daarbij heb je natuurlijk ook je eigen sterktes en zwaktes. Dat trek ik me soms echt aan. Het is enorm frustrerend en het voelt soms als een persoonlijk falen wanneer het naar mijn gevoel gewoon niet lukt om een kind mee te krijgen. Dat merk ik bij mezelf, maar ook bij collega’s die elke dag opnieuw weer het beste voor hebben met hun leerlingen en waarbij de dag niet stopt als de schoolbel rinkelt.

Intrinsieke motivatie

Als ouder en als leerkracht heb je veel macht en invloed op kinderen. In de meeste gevallen zien ze jou als een voorbeeldfiguur en willen kinderen graag gezien worden. Wil ik dat kinderen naar mij luisteren omdat ik volgens mij iets interessant aan het vertellen ben en omdat het zo hoort OF wil ik dat de motivatie en interesse om te leren uit de kinderen zelf komt? Hoe kan ik kinderen warm maken om te leren zonder korte termijnmiddeltjes te moeten gebruiken zoals straffen en belonen?

“Een leerkracht/opvoeder die zijn eigen praktijken en handelingen nooit in vraag durft te stellen en niet openstaat voor opbouwende kritiek of onderzoek? Dat vind ik een gemiste kans.”

Het zijn vragen waar ik al een hele tijd mee worstel. We kennen wel het ervaringsgericht onderwijs waarbij de leerstof vanuit de interesses van het kind zelf komt, maar dat blijkt toch niet altijd even eenvoudig te realiseren in de lagere school want er is ook nog zoiets als de schoolcultuur, de directie, verwachtingen en samenwerking met collega’s, de leermethodes die ik vaak heel commercieel en dwingend vind, verschillende leerplannen en de overheid met zijn eindtermen.

Braaf of “brave”?

Het is ingebed in onze cultuur, in onze maatschappij en onze omgang met anderen. Kinderen mogen aanwezig zijn, maar niet te veel van zich laten horen want we willen brave kinderen en geen “lastpakken”. Ze hebben wel gevoelens, maar die kunnen toch niet zo groot en belangrijk zijn als die van volwassenen, toch?! Zeker wanneer je zoals ik werkt met kinderen wordt er vaak gegrepen naar bepaalde mechanismen om het gewenste resultaat te bereiken: een gehoorzaam en gedwee kind of een groep kinderen die flink luisteren naar wat je wil. Velen onder ons zijn niets anders gewoon van vroeger en gaan misschien op een soortgelijke manier of een beetje subtieler te werk bij hun eigen kinderen. Het is immers verdomd moeilijk om de dingen in vraag te stellen en van de platgetreden paden af te dwalen. Want zo deden ze het vroeger toch ook en wat is daar nu mis mee? Je kan je in bepaalde omstandigheden best alleen voelen als je niet de mainstream volgt.

“I realized that this is what many people in our society seem to want most from children: not that they are caring or creative or curious, but simply that they are well behaved.” 

Alfie Kohn, Unconditional Parenting: Moving from Rewards and Punishments to Love and Reason

Wat zijn onze lange termijn doelstellingen?

Dat vind ik zo’n mooie en belangrijke gedachte. Willen we een gezonde, empathische, assertieve en creatieve dochter of zoon die stevig in het leven staat en waarmee we op latere leeftijd nog steeds een hechte band mee hebben? Dan is verbinding maken en in verbinding blijven met onze kinderen het sleutelwoord. Daarom is het ook noodzakelijk om te kijken naar hoe je kinderen liefdevol begrenst zonder bepaalde technieken te moeten toepassen die jullie verbinding en hechte band kan beschadigen. Want opvoeden zonder straffen en belonen wil niet zeggen dat je zomaar alles moet toestaan en kinderen over je heen moet laten lopen. Maar hierover later meer.

Ben ik dan een slechte ouder?

Als je er over nadenkt zijn best veel opvoedkundige technieken afgeleid van het trainen van dieren, subtiele vormen van intimideren en manipulatie. Dat klinkt misschien choquerend en sterk overdreven, maar het zit hem soms in de kleine dingetjes die ervoor zorgen dat kinderen zich toch eerder geaccepteerd worden als hun gedrag wenselijk is bij volwassenen. Je houdt onvoorwaardelijk en zielsveel van je kind, maar je kind voelt dit anders aan want het moet presteren en flink zijn. “Mama vindt mij niet leuk als ik boos wordt of als ik iets weiger. Dan zet ze mij in de hoek en laat ze me alleen met mijn gevoelens. Ze houdt wel van mij als ik een goed rapport heb en als ik flink alleen aan het spelen ben.”

Ben je dan een slechte ouder als je je kinderen bijvoorbeeld met snoep beloont als ze hun bord leegeten of als je dreigt dat ze niet op de tablet mogen als ze nog zoveel lawaai maken en jij wil wat rust? Nee, natuurlijk niet. Er zit gewoon even een grote clash in jullie behoeften. Je wil bekomen na een vermoeiende werkdag en je kind moet ontladen na een hele dag geduldig luisteren op de schoolbanken. Hoe vaak heb ik het als juf niet gehoord dat kinderen zich thuis compleet anders durven te gedragen als in de klas?

Wat hebben kinderen nodig?

Kinderen opvoeden is volgens mij echt een van de mooiste en moeilijkste dingen die er bestaan. Het is wel interessant om te weten dat het herhaaldelijk toepassen van vormen van gedragscontrole onzekerheid en faalangst bij kinderen teweeg kan brengen en dat het zich in het latere volwassen leven ook nog kan manifesteren en parten kan spelen. Wat hebben kinderen nodig en hoe kunnen we daarvoor zorgen? is geheel anders als Hoe kun je ervoor zorgen dat het kind luistert en alles doet wat jij als opvoeder wil?

“Van zodra ik besefte: een kind is een mens met gevoelens en behoeften, niet een projectje dat ik naar mijn hand moet zetten, vond ik rust in mijn moedergevoel.”

Nina Mouton

Alfie Kohn stelt het volgende: “De kern van opvoeden, tenminste in het beste geval, is een proces van zorgen, steunen, luisteren, gidsen, heroverwegen, aanleren en onderhandelen. Op sommige dagen hebben we niet de tijd, de handigheid of het geduld om dat allemaal goed te doen. Maar als we kinderen gaan dwingen om te doen wat we willen, of als we met geweld (fysiek of digitaal) iets gaan verhinderen dat ze iets doen wat wij willen, moeten we ook bereid zijn toe te geven dat die reactie verre van ideaal is. Er is tenslotte een groot stuk tussen ons vergeven dat we tijdelijk afdwalen, en niet eens door hebben dat we daadwerkelijk waren afgedwaald.”

Het voetballertje en de goal

Tijdens mijn opleiding in de hogeschool vertelden verschillende docenten mij dat ik een beloningssysteem moest uitdokteren om de klas naar mij te laten luisteren. Ik ben eerder een people-pleaser, zachtaardig van aard en geen geboren leider dus dat leek me wel wat. Ik ging aan de slag met mijn destijds trouwe bondgenoten: printer, schaar en plastificeer-apparaat en hop, daar was dan een voetballertje met een goal. Wanneer de klas “goed luisterde” ging het voetballertje aan het krijtbord (toen hing dat er nog) een pas naar voren. Als er enkele kinderen niet luisterden ging het een stapje naar achter en dan kreeg je vaak “de klas” tegen een enkeling.

De kinderen riepen ook vaak tegen elkaar: “Allez, snul doe gewoon is mee want dan mogen we een spelleke spelen van de juf of dan mogen we sneller naar buiten. Door u schuld moeten we hier blijven zitten!” en bij puberende leerlingen liep dit vaak faliekant mis en leek het systeem hier geen vat op te hebben. Met andere woorden: ze waren niet onder de indruk. Daar zit je dan als juf met je plastieken prentjes aan het bord…

“Straffen en belonen werken heel goed, maar alleen tot je kind niet meer bang of afhankelijk van je is. Dan sta je als ouder met lege handen en is je relatie beschadigd. Het enige wat ze op de lange termijn leren, is dat degene met macht bepaalt hoe dingen gaan.”

Alfie Kohn

Een beetje belachelijk en toch wel een vorm van manipulatie van gedrag besef ik nu, maar destijds werden zulke systemen gepromoot. Hopelijk is dit niet meer het geval en beseffen docenten dat het niet zo eenvoudig is om de volle aandacht van een groep te verdienen en leer je gaandeweg wat het betekent om een goede leider te zijn. Die luisterbereidheid verdienden ze van ons hogeschoolstudenten ook niet altijd en we hadden eens goed gelachen met het voetballertje als ze dat bij ons zouden proberen. 😉

Maar wat is er dan mis met belonen?

“Een beloning die je niet krijgt is een straf.”

Beloning is een goede motivatie en op zich is er niet veel mis mee, maar wanneer je het herhaaldelijk gebruikt als opvoedstrategie is het niet zoveel anders als straffen. Je gaat immers ook het kind sturen om gedrag te controleren of om het kind bepaalde resultaten te laten boeken. “Als je een goed rapport hebt krijg je een centje.” Het kind krijgt de boodschap “mijn liefde moet je verdienen” terwijl je dat helemaal niet zo bedoelt. Voor kinderen is het moeilijk om die nuance te voelen. Ik ben niet zozeer tegen stickertjes of dergelijke, maar als er een uitsluitingsmechanisme aan verbonden is en het een middel wordt om te dreigen (want anders krijg je geen …!) dan is het inderdaad niet zoveel anders als een straf.

In een volgend blogbericht ga ik dieper in op time out en straffen. Veel liefs en volg vooral je buikgevoel. x

Een gedachte over ““In de hoek jij!” – Vragen rond straffen en belonen thuis en in de klas – deel 1

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s